
In 1960 kwam Jane Goodall aan in het Gombe Stream Reservaat in het voormalige Tanganyika. Louis Leakey stuurde haar hier naartoe om het gedrag van onze meest naaste verwant, de chimpansee, te bestuderen. Tijdens haar eerste jaren in Gombe ontdekte Jane dat chimpansees gedragingen en emoties vertoonden die voorheen als uniek voor de mens werden beschouwd. Chimpansees maken en gebruiken werktuigen voor verschillende doelen, kunnen redenerend denken en problemen oplossen en tonen emoties zoals blijdschap, verdriet, angst, wanhoop, liefde en empathie. Ook hebben ze levendige persoonlijkheden en tonen ze oprecht altruïsme.
In eerste instantie werd Jane vergezeld door haar moeder, Vanne (uitspraak: Van) Goodall, aangezien de Britse autoriteiten zo geschokt waren door het idee dat een jong meisje met de dieren in de jungle zou gaan leven dat ze er aanvankelijk toestemming voor weigerden te geven. Uiteindelijk stemden ze er mee mits ze onder begeleiding zou gaan. Haar moeder bood zich aan en leverde met haar eenvoudige kliniek (vier palen en een dak), die basiszorg aan de plaatselijke vissers bood, een bijdrage van onschatbare waarde aan het project. Dit was de basis voor een uitstekende verstandhouding met de plaatselijke bevolking, waar Jane sindsdien baat bij heeft gehad.
Het duurde vele maanden voor de chimpansees over hun oorspronkelijke angst heen waren voor die plotseling verschenen, vreemde witte aap. In het begin renden ze weg wanneer ze aan de andere kant van de nauwe vallei verscheen. Uiteindelijk overwon een volwassen mannetje, door Jane David Greybeard gedoopt, zijn angst. Hij ging zelfs naar haar kamp om van palmnoten te smullen en zichzelf van bananen te bedienen. Zijn kalme acceptatie van Jane overtuigde de anderen dat alles in orde was.
Gedurende de bijna 50 jaar van het ononderbroken observeren van chimpansees, maar ook bavianen (Papio anubis), in Gombe National park hebben Jane, haar medeonderzoekers en haar assistenten een plan van non-interferentie (behalve voor het toedienen van medicijnen aan zieke apen, wanneer mogelijk) en het opbouwen van vertrouwen tussen hen en hun studieobjecten toegepast. Een grote hoeveelheid informatie over gedrag en demografie is in drie chimpanseegemeenschappen verzameld: Kasakela, Kahama (nu vernietigd) en Mitumba. Niet-gegradueerde studenten, gegradueerde en postdoctorale onderzoekers en veldassistenten hebben allen bijgedragen aan de schat van verworven kennis uit dit langlopende onderzoek.
Tegenwoordig wordt de observatie van de bekende chimpansees en bavianen door een hoogopgeleid team van Tanziaanse veldassistenten uitgevoerd. Er zijn slechts drie of vier niet-Tanzanianen tegelijk aanwezig, inclusief velddirecteur Dr. Anthony Collins. Adjunct-directeur Shadrack Mwenvema is een Tanzaniaan.
Goodall, Jane. 1971. In the Shadow of Man. Boston: Houghton Mifflin Company.
Goodall, Jane. 1986. The Chimpanzees of Gombe: Patterns of Behavior Boston: Bellknap Press of the Harvard University Press.
Goodall, Jane. 1988. My Life with the Chimpanzees New York: Byron Press.
Goodall, Jane. 1990. Through a Window: My Thirty Years with the Chimpanzees of Gombe Boston: Houghton Mifflin Company.
Another Well-Deserved Tribute to Fifi The Jane Goodall Institute World Report. Volume III, pp. 6-8.
Colofon | Copyright 2010 - 2012 © Jane Goodall Instituut Nederland