fbpx

Jane’s verklaring omtrent COVID 19

Jane’s verklaring omtrent COVID 19
2 mei 2020 Linda van Hage

Verklaring omtrent COVID 19:
Wildmarkten en berenfarms

Dr. Jane Goodall, DBE
Stichter van het Jane Goodall Instituut & VN Boodschapper van de Vrede

Uitgegeven op 29 april 2020

De wereld staat voor ongekende uitdagingen. Op het moment van schrijven heeft het coronavirus COVID-19 wereldwijd ruim 3 miljoen mensen geïnfecteerd, en zijn er per 29 april 218.386 mensen aan overleden. Op dit moment zitten mensen in de meeste landen over de hele wereld in thuisisolatie (alleen of met familie), houden ze sociaal afstand en beperken ze het naar buiten gaan tot een minimum. Sommige bedrijven zijn gesloten, sommige gaan door met thuiswerkend personeel, sommige mensen zijn tijdelijk ontslagen en duizenden mensen over de hele wereld zijn hun baan kwijt. De economische kosten van deze hele situatie zijn nu al rampzalig.

We volgen allemaal het nieuws en bidden dat de lockdown in steeds meer landen beëindigd wordt, als de piek van besmetting en het dodental is bereikt en daarna geleidelijk daalt. Dit is al gebeurd in China, waar het COVID-19-coronavirus is ontstaan, dankzij de strenge maatregelen van de Chinese regering. We hopen dat er binnenkort een vaccin ontwikkeld wordt en dat we het normale leven geleidelijk aan kunnen hervatten. Maar we mogen nooit vergeten wat we nu meemaken en we moeten de nodige stappen ondernemen om in de toekomst nog eenzelfde soort pandemie te kunnen afwenden.

Het tragische is dat een dergelijke pandemie al lange tijd werd voorspeld door degenen die zoönosen (infectieziektes zoals COVID-19, die van dier op mens overspringen) bestuderen. Het is bijna zeker dat deze pandemie is begonnen met een dergelijke sprong op de zeevruchtenmarkt in het Chinese Wuhan, waar naast kip en vis ook landdieren als voedsel werden verkocht.

OVERDRACHT ZOÖNOSEN OP MARKTEN

Wanneer wilde dieren op dergelijke markten worden verkocht, vaak illegaal, worden ze meestal in kleine kooitjes gehouden, dicht opeengepakt, en worden ze vaak ter plekke geslacht. Mensen, zowel verkopers als klanten, kunnen op deze manier in aanraking komen met ontlasting, urine, bloed en andere lichaamssappen van een grote verscheidenheid aan diersoorten – bijvoorbeeld civetkatten, schubdieren, vleermuizen, wasbeerhonden en slangen. Dit vormt het perfecte milieu voor virussen om van hun dierlijke gastheren op mensen over te gaan. Een andere zoönose, SARS, is op een andere wildmarkt in Guangdong ontstaan.

De meeste natte markten in Azië verschillen weinig van de Europese en Amerikaanse boerenmarkten. Er zijn duizenden natte markten in Azië en over de hele wereld waar verse producten – groenten, fruit en soms ook het vlees van gedomesticeerde dieren – voor redelijke prijzen wordt verkocht. En duizenden mensen gaan daarheen, in plaats van naar de supermarkt.

Niet alleen in China bieden wildmarkten de ideale omstandigheden voor virussen en andere ziekteverwekkers om de barrière tussen de soorten te overschrijden en van dierlijke gastheren op ons over te gaan. Dergelijke markten zijn er in veel Aziatische landen. Op de dierenmarkten in Afrika waar bushmeat wordt verkocht –levende en dode dieren worden hier verkocht als voedsel – leidde het jagen op, en het slachten en verkopen van chimpansees als voedsel, al twee keer tot een ‘spill-over’ van aap op mens, die resulteerde in een hiv/aids-pandemie. Ebola is een andere zoönose die van een dierlijk reservoir op apen en mensen in verschillende delen van Afrika overspringt.

WILDE DIERENHANDEL EN ZIEKTEVERSPREIDING

Een andere grote bron van zorgen is de wereldwijde handel in wilde dieren en hun lichaamsdelen. Helaas is dit een behoorlijk lucratieve miljardenindustrie geworden, die vaak door criminele organisaties wordt gerund. Niet alleen is deze handel zeer wreed en draagt het bij aan het angstaanjagende uitsterven van diersoorten, maar het kan ook bijdragen aan de creatie van omstandigheden die ideaal zijn voor het ontstaan van zoönosen. Wilde dieren en hun lichaamsdelen worden, dikwijls illegaal, geëxporteerd van het ene land naar het andere en nemen deze virussen dan met zich mee.

Ook de schokkende handel in jonge wilde aapjes en mensapen, vogels, reptielen en andere wilde dieren vormt een bron van zorg. Een beet of schram veroorzaakt door een in huis genomen wild dier kan leiden tot iets veel ergers dan een milde infectie.

Toen COVID-19 eenmaal als een nieuwe zoönose werd erkend, legden de Chinese autoriteiten een ban op het verkopen en eten van wilde dieren, de wildmarkt van Wuhan werd gesloten, en het fokken van wilde dieren voor voedsel werd verboden.

In Azië en andere delen van de wereld zijn er duizenden kleine ondernemingen waar wilde dieren worden gefokt voor voedsel, als een manier om geld te verdienen in landelijke gebieden. Tenzij alternatieve inkomstenbronnen voor deze mensen kunnen worden gevonden, evenals voor anderen die wilde dieren uitbuiten om geld te verdienen, en tenzij deze mensen hulp van hun regering kunnen krijgen tijdens de overstap naar een alternatieve inkomstenbron, is het hoogstwaarschijnlijk dat deze ondernemingen ondergronds zullen gaan, waardoor ze nog moeilijker te reguleren zijn.

Desalniettemin is het, ongeacht de problemen, duidelijk van groot belang dat het verbod op het verhandelen, eten en fokken van wilde dieren voor voedsel permanent is en wordt gehandhaafd – omwille van de menselijke gezondheid en het voorkomen van nieuwe pandemieën in de toekomst. Gelukkig wezen enquêtes uit dat de meerderheid van Chinese en andere Aziatische burgers die deelnamen, het ermee eens zijn dat wilde dieren niet mogen worden geconsumeerd, verwerkt in medicijnen of gebruikt voor hun vacht.

MEDISCHE PRODUCTMAZEN EN BERENGAL

Tot nu toe is het gebruik van sommige producten afkomstig van wilde dieren voor traditionele medicijnen nog steeds legaal in China (hoewel de hoorns van neushoorns en tijgerbotten verboden zijn). Dit creëert een maas in de wet, die snel zal worden aangegrepen door degenen die willen doorgaan met de handel in wilde dieren. Dieren zoals het ernstig bedreigde schubdier, de neushoorn, de tijger en de Aziatische zwarte beer, die ook wel bekend staat als maanbeer vanwege de maanvormige witte markering op zijn borst.

Andere Aziatische beren – bruine beren en zonberen – worden ook geëxploiteerd voor hun gal. Zolang het fokken van beren voor hun gal legaal is, en producten die hun gal bevatten worden gepromoot, zal dit de vraag naar berengal stimuleren.

Het is belangrijk om stil te staan bij het welzijn van de dieren die ongewild voor zoönosen verantwoordelijk zijn. Tegenwoordig weten we dat alle eerder genoemde dieren voelende wezens zijn, die in staat zijn om angst, wanhoop en pijn te ervaren. Bovendien vertonen velen van hen buitengewone intelligentie. Het toestaan van de handel in wilde dieren voor medische doeleinden kan leiden tot de ongelofelijk onmenselijke behandeling van sommige van deze voelende wezens.

Dit is bijvoorbeeld absoluut het geval bij beren die in Azië voor hun gal worden gefokt. Ze kunnen tot wel dertig jaar in extreem kleine hokjes worden gehouden – soms zijn deze hokjes zo klein dat ze niet eens op kunnen staan of zich om kunnen draaien. Deze kleine hokjes belemmeren alle natuurlijke gedrag van deze intelligente, voelende dieren, die een leven lang angst en pijn te verduren krijgen.

Het gal wordt meestal een of twee keer per dag weggehaald met een katheter, pijp of spuit die in de galblaas wordt gestoken – een ontzettend ingrijpend en pijnlijk proces. De beer lijdt aan uitdroging, honger en diverse infecties en ziektes. De beren krijgen leverkanker (veroorzaakt door galextractie), tumors, zweren, buikvliesontsteking (peritonitis), artritis, en andere aandoeningen. Ze hebben afgesleten tanden of missen tanden, omdat ze continu wanhopig aan de tralies knagen die hen gevangenhouden.

Dit soort berenfarms zijn niet alleen extreem wreed, ze zijn ook zorgwekkend voor de volksgezondheid. Slechte hygiënische omstandigheden, de permanent open wonden van de beren, de besmetting van het gal met feces, bacteriën, bloed en andere lichaamssappen: het zijn allemaal redenen tot ernstige bezorgdheid. Tot slot krijgen veel van deze beren continu antibiotica om hen in leven te houden, wat bijdraagt aan antibioticaresistentie en het ontstaan van superbacteriën, die resistent zijn tegen de meeste bekende antibiotica. Hetzelfde geldt voor het houden van gedomesticeerde dieren in fabrieksboerderijen. Deze superbacteriën hebben geleid tot de dood van vele patiënten in ziekenhuizen over de hele wereld.

Jammer genoeg wordt Tan Re Qing, een product dat gal van de Aziatische zwarte beer bevat en waarvan wordt gezegd dat het helpt de symptomen van luchtweginfecties te verlichten, aanbevolen voor de behandeling van patiënten die met COVID-19 besmet zijn. En dit zal de nog altijd voortdurende praktijk van berengalproductie stimuleren.

Om toch op een hoopvolle noot te eindigen: het actieve bestanddeel van berengal, ursodeoxycholzuur of UCDA, is al vele jaren in synthetische vorm beschikbaar, voor slechts een fractie van de kosten van gal die op onmenselijke wijze bij beren wordt afgenomen. Helaas beschouwen veel mensen het gal van wilde beren als waardevoller. De traditionele Chinese geneeskunde is van grote waarde, maar zelfs al was het gal van wilde beren een kostbaar medicijn, dan nog zou het niet langer gebruikt mogen worden vanwege de wreedheid en het risico dat erbij komt kijken – zeker omdat het synthetische product dezelfde eigenschappen heeft. Sterker, uit een in 2011 door Animals Asia afgenomen enquête bleek, dat de Chinese deelnemers aan de enquête voorstanders waren van een verbod op de berengalproductie, en honderden Chinese apotheken beloofden nooit producten met berengal te zullen verkopen.

Het zou fantastisch zijn als alle berenfarms in heel Azië gesloten werden en de beren zouden worden vrijgelaten in de opgerichte reservaten in China, Vietnam, Maleisië en Laos. Daar kunnen ze op het gras lopen, klimmen, baden in vijvers en genieten van de zon en het gezelschap van andere geredde beren.

Een daling in de vraag naar schubben van schubdieren en hoorns van neushoorns in veel Aziatische landen, wegens hun zogenaamde medicinale waarde, zou deze extreem bedreigde dieren in de toekomst een kans op overleven kunnen bieden. Hetzelfde geldt voor een verbod op het fokken van wilde dieren voor hun vacht.

OORSPRONG ZIEKTES UIT FABRIEKSLANDBOUW

Zoönosen ontstaan niet alleen bij wilde dieren. De onmenselijke omstandigheden op grote fabrieksboerderijen, waar grote aantallen gedomesticeerde dieren dicht op elkaar leven, zorgen eveneens voor de omstandigheden die bevorderlijk zijn voor de overdracht van virussen op mensen. De ziektes die bekendstaan als ‘vogelgriep’ en ‘varkensgriep’, zijn het resultaat van de omgang met pluimvee en varkens. En gedomesticeerde dieren zijn ook voelende wezens die angst en pijn ervaren. MERS is ontstaan door contact met inheemse dromedarissen in het Midden-Oosten, mogelijk door het consumeren van producten afkomstig van besmette kamelen, zoals onvoldoende verhit vlees of melk.

CONCLUSIE

Wetenschappers waarschuwen ervoor dat als we de oorzaken van deze zoönosen blijven negeren, we besmet kunnen worden met virussen die een nog veel meer ontwrichtende pandemie kunnen aanrichten dan COVID-19. Veel mensen geloven dat we op een keerpunt in onze relatie met de natuur zijn beland.

We moeten de ontbossing en vernietiging van natuurlijke leefgebieden wereldwijd een halt toeroepen. We moeten gebruikmaken van de bestaande milieuvriendelijke, biologische alternatieven en nieuwe alternatieven ontwikkelen om onszelf te voeden en onze gezondheid te behouden.

We moeten armoede uitbannen zodat mensen op een andere manier de kost kunnen verdienen, en niet via de jacht op en verkoop van wilde dieren en de vernietiging van het milieu. We moeten ervoor zorgen dat lokale mensen, wier leven rechtstreeks afhankelijk is van en wordt beïnvloed door de gezondheid van het milieu, goede beslissingen nemen over natuurbehoud in hun eigen gemeenschap en deze beslissingen nemen terwijl ze werken om hun kwaliteit van leven te verbeteren. En ten slotte moeten we onze hersenen met onze harten verbinden en onze inheemse kennis, wetenschap en innovatieve technologieën gebruiken om verstandigere beslissingen te nemen over mensen, dieren en onze gedeelde omgeving.

Hoewel het gerechtvaardigd is dat de focus ligt op het onder controle krijgen van COVID-19, mogen we de crisis met potentieel langdurige en catastrofale gevolgen voor de planeet en toekomstige generaties niet vergeten – de klimaatcrisis. De beweging die industrie en overheid oproept om beperkingen op te leggen aan de uitstoot van broeikasgassen, de bossen te beschermen en de oceanen op te ruimen, is gegroeid. Deze pandemie heeft de industrie in vele delen van de wereld tijdelijk platgelegd, met als gevolg dat veel mensen voor het eerst hebben mogen ervaren hoe het is om schone lucht in te ademen en ’s nachts de sterrenhemel te kunnen zien.

Mijn hoop is dat het inzicht van hoe de wereld zou moeten zijn, samen met het besef dat ons gebrek aan respect voor de natuur tot de huidige pandemie heeft geleid, bedrijven en overheden zal aanmoedigen om meer middelen in te zetten voor de ontwikkeling van schone, duurzame energie, armoedebestrijding en het helpen van mensen bij het vinden van alternatieve manieren om de kost te verdienen, zonder de uitbuiting van de natuur en de dieren.

Laten we beseffen dat we deel uitmaken en afhankelijk zijn van de natuur, voor voedsel, water en schone lucht. Laten we erkennen dat de gezondheid van mens, dier en milieu met elkaar verbonden zijn. Laten we respect tonen voor elkaar, voor de andere voelende dieren, en voor Moeder Natuur. Omwille van het welzijn van onze kinderen en de kinderen van onze kinderen, en omwille van de gezondheid van deze prachtige planeet Aarde, ons enige thuis.

 

Dr. Jane Goodall, DBE
Stichter van het Jane Goodall Instituut
& VN Boodschapper van de Vrede